Puputan 1906

Nederland heeft weer beschaving gebracht.
Zonder den minsten schroom brachten zij hunne gewonden bij onze militaire geneesheeren
voor geneeskundige hulp.
Slechts een duizendtal getrouwen hadden zich bij den vorst en zijn gevolg aangesloten. Ook
bij den beslissenden aanval op de hoofdplaats Denpassar op 20 December werd geen ernstige
tegenstand geboden.
Doch dan plotseling, als een afgedwaald klein groepje van enkele infanteristen onzer
aanvalslinie uit een der kampoengranden te voorschijn treedt, staat het onverhoeds voor
een verrassend aanvallenden grooten drom vijanden, allen in het wit gekleed ten teeken dat
zij zich ten doode hebben gewijd: De radja, zijn familieleden, eenige honderden getrouwen,
zijn gevolg, mannen en vrouwen, doen gewapend met de korte lans, een aanval op onze
troepen.
Een oogenblik onthutst, zoowel door de omstuimigheid als door het fascineerend beeld van
dezen zelfs in deze vreemde omgeving ongewonen aanval, wijkt het verraste troepje voor de
geweldige overmacht achteruit en stelt zich achter de muurtjes langs den weg in
veiligheid. Een korte weifeling slechts van enkele seconden, waarin echter spontaan enkele
sectiën infanterie van rechts en links haastig komen toeijlen, stelling nemen, en al
spoedig genoodzaakt zijn enkele salvo's af te geven.
De uitwerking van ons geweervuur was ontzettend. Nóch sommaties om de wapens neer te
leggen, nóch het staken van ons vuur, nóch pogingen om de aanvallers te ontwapenen
hadden ook maar het geringste succes. Slechts werden er onze verliezen door vermeerderd.
Van elke vuurpauze maakten de nog niet gekwetsten gebruik om de eigen gevallenen te
krissen en daarna opnieuw aan te vallen. Zelfs vrouwen met zuigelingen op den arm en het
blanke wapen in de hand drongen met ware doodsverachting voorwaarts.
Hier was ieder beroep op bezinning vruchteloos: Voorwaarts! De korte lans en de kris in de
hand, gingen zij een roemvollen dood tegemoet; aldus speelde zich de
"poepoetan", een heftig, geweldig drama in enkele minuten tijds af; een
vorstengeslacht had zich ten doode gewijd, en aan de Balische eer was voldaan.
Met eenzelfde beklemmend en bloedig slot eindigde dien dag ook de strijd bij de poeri van
den medebestuurder te Pametjoetan. Twee vorstengeslachten met hun gevolg en 6oo getrouwen
hadden den dood verkozen boven de nederlaag.
Zes dagen later, 26 September, rukten onze troepen op naar Tabanan. Reeds
halverwege den tweedaagschen opmarsch kwam de radja met zijn familieleden en rijksgrooten
de expeditionnaire colonne tegemoet om zijn onvoorwaardelijke onderwerping aan te bieden.
Deze werd aangenomen, doch met de mededeeling, dat de vorst met zijn familieleden
voorloopig op Lombok zou worden geïnterneerd. Om zich aan de schande van deze verbanning
te onttrekken pleegden de radja en zijn zoon, de vermoedelijke troonopvolger, in den nacht
vóór hun vertrek naar Lombok zelfmoord. Wat de bevolking van Tabanan betreft, ook bij
haar was geen spoor van vijandige, gezindheid jegens onze troepen te bekennen.
Met deze feiten voor oogen was de lust tot verzet bij de zelfbesturen van Bangli en
Kloengkoeng verdwenen. De vorsten toonden zich thans meer handelbaar, en maakten ook geen
bezwaar meer tegen het teekenen der nieuwe contracten.
Allerwegen werden thans de vuurwapenen ingeleverd, talrijke pandelingen en slavinnen uit
de vorstenverblijven in vrijheid gesteld, de bekende nieuwe bestuursmaatregelen ingevoerd
en landschapskassen ingesteld.
Bron: J.C. Lamster - J.B. Van Heutsz als Gouverneur -Generaal 1904-1909