Bali Geschiedenis

Bali

 

Cornelis de Houtman -
De eerste Nederlanders op Bali (4/4)


Hoe het ook zij, hij begon Roodenburgh zo goed te onthalen, dat deze een brief naar zijn commandant schreef. Helaas had hij geen ander materiaal dan een lontarblad en het epistel was dan ook zo slecht te lezen, dat men aan boord alleen begreep, dat het in het Nederlands was gesteld. Maar wat het precies behelsde, viel niet op te maken. Daarop ging een opvarende van de Hollandia, Van Caerden, eens poolshoogte nemen en reeds de volgende dag kon hij berichten, dat Roodenburgh en Juan zo gezond waren als vissen. De gegijzelden werden nu natuurlijk vrijgelaten en de vorst kreeg een uitnodiging voor een bezoek aan de Hollandia. Maar al te graag voldeed hij hieraan.
In vol ornaat kwam de Dewa Agung op een dag het strand oprijden, gezeten op een soort triomfwagen met twee buffels bespannen, omstuwd door een groot gevolg van lansendragers met kostbare, met goud beslagen spiesen gewapend en talloze kijkers.

Zijne Hoogheid hield een een kostbare zweep in de hand, daarmee zo hard "fletsende", als enige voerman in het vaderland. Nadat hij voldoende genoten had van het, in zijn ogen enorme "zeekasteel", liet hij vragen om een saluut met geschut, waarop hij met vijf schoten uit de zware stukken werd vereerd. Deze schoten waren voor de "nontonners", de kijkers, het sein om ook aan boord te komen. Met 60 prauwen kwamen 230 Balinezen aan boord.

Later bracht een opvarende van de Hollandia, Arnold Lintgens, een bezoek aan de Dewa Agung en van het gesprek, dat hij met hem had, heeft hij een vermakelijk relaas gegeven.
De koning der Hollanders, zo vertelde Lintgens b.v. had 30.000 man ruiterij en 50.000 man voetvolk, allen van het hoofd tot de voeten in het harnas, "zoo dat men er met geen roer doorschieten con". Dat die koning dertig jaar oud was en evenals Lintgens, die vijfentwintig jaar was, nog ongetrouwd, konden de Balinezen maar niet begrijpen. Op Bali trouwden meisjes als zij negen en jongens als zij twaalf jaar waren en de Dewa Agung had wel 200 vrouwen.Daarop begon men over aardrijkskunde te praten.

Met behulp van een kaart probeerde men een beeld van Nederland te geven. Maar omdat het op de kaart zo klein leek, werden Duitsland, Noorwegen en Rusland maar tot Nederlands grondgebied gemaakt. Eindelijk kwam het gesprek op Amsterdam. Onbegrijpelijk was het dat daar op één dag wel eens 700 schepen waren uitgelopen. Dat 's winters het water daar vast werd, kon men ook niet geloven. Toen de Dewa Agung van deze wonderen gehoord had, wilde hij er ook het zijne van weten. Op een plechtige audiëntie, waarop hem allerlei mooie geschenken als een spiegel, kristallen glazen, fluweel en een vuurroer werden aangeboden, werd een formele les in aardrijkskunde gegeven.

Op een daartoe meegebrachte kaart wees Arnold Lintgens hem met een stokje alle landen aan. De Dewa Agung volgde alles zeer aandachtig en maakte onmiddellijk bezwaar als er een land werd overgeslagen. Het viel hem alleen erg tegen dat Bali "zoo klein in de caert lag".
Toen daarop ook van een op de zijkant van de kaart getekende globe werd gegeven, kende zijn bewondering voor de kennis der Nederlanders geen grenzen meer. Hij liet de Nederlanders door zijn eigen vrouwen een compleet souper aanbieden. De volgende dagen toonde hij hen zijn rijk.
Vervolgens werden zij in een plechtige optocht naar de schepen gebracht. Zelf bracht de Dewa Agung een bezoek aan het strand, om de schietoefeningen van de schepen gade te slaan.

Een volledig relaas van alle gebeurtenissen en bevindingen van het bezoek aan Bali danken wij aan Willem Lodewijcksz, die de tocht heeft meegemaakt en een uitvoerig journaal heeft bijgehouden. Hij verhaalt in het Nederlands uit die dagen, dat het "Eylandt" wordt bewoond door "Swarten met ghecrolt hayr"  en dat zij veel vrouwen hebben, waardoor het eiland zeer volkrijk is. Dat ze veel ossen, buffels en geiten en varkens houden en ook veel "peerden, doch kleyne als de Franse peerden". Deze paarden worden alleen bereden door de "ghemeynen man", als die zich op het eiland wil verplaatsen. De grote heren laten zich op de draagstoelen door hun slaven op de schouders dragen of rijden in wagens, die door buffels worden getrokken. Verder verzekert hij, dat er veel gevogelte, veel landbouw- producten als rijst e.d. wordt gevonden. Voorts vertelt hij van de Chinezen die katoen komen halen in ruil voor porcelein.  Tenslotte maakt Lodewijcksz melding van de weduwenverbranding, welke toen reeds op het eiland voorkwam, maar die, tijdens Nederlands bestuur, officieel is afgeschaft. Deze gewoonte is volgens hem eens door een koning van Bali ingesteld. (*)

Op 25 februari 1597 verlieten de Nederlanders het gastvrije eiland na van het nodige voor de thuisreis te zijn voorzien. Van de 249 personen, die de reis waren begonnen waren nog slechts 90 over. Bij het scheiden wachtte hun een verrassing. Want onder een voorwendsel verlieten Roodenburgh en een kuiper, Jacob Claesz, hun schip met de mededeling, dat men niet op hen behoefde te wachten... Ze keerden inderdaad niet aan boord terug. Balinese schonen hadden hen blijkbaar in hun netten gestrikt.

Herbert von Saher :
Emanuel Rodenburg, of wat er op het eiland Bali geschiedde toen de eerste Nederlanders daar in 1597 voet aan wal zetten. De Walburg Pers, 1986, Zutphen.

Emanuel Rodenburg verbleef van 1597-1601 op het eiland Bali.

(*
) Het laatste geval van mesatia of weduwenverbranding heeft zich voorgedaan te Tabanan in 1903, ondanks protesten van officiële Nederlandse zijde.
.