Cornelis de Houtman -
De eerste Nederlanders op Bali (3/4)

De Balinezen stonden niet afkerig tegenover bezoek van vreemden. Integendeel ze waren er al aan gewend: ze hadden al eens Portugezen op het eiland gezien - enkele Portugezen waren er zelfs achtergebleven en met Balinese meisjes getrouwd en ook Chinezen behoorden tot de geregelde bezoekers, met wie handel werd gedreven en eigenlijk vonden ze de komst van weer andere vreemdelingen wel interessant.Dit alles wisten de opvarenden van de Mauritius niet, toen ze enkele "paraos" zoals de prauwen werden genoemd, zagen naderen, maar al spoedig bleek dat de Balinezen de vreemdelingen met alles ter wille wensten te zijn, en goede raad gaven omtrent een ligplaats waar gemakkelijk water en levensmiddelen konden worden ingenomen, n.l. te Pantai Timur. De Mauritius lag hier zo dicht onder de wal dat men aan boord het dagelijkse leven der Balinezen gemakkelijk kon gadeslaan. Marktgangers met hun waren dreven vee pasarwaarts, ruiters reden af en aan, een troep van twintig lanciers, die een districtshoofd begeleidden, namen het schip nieuwsgierig op. Alles leek zo vreedzaam, dat de bevelvoerder van de Mauritius besloot de adelborst Roodenburgh naar de wal te zenden, teneinde het districtshoofd hulp te vragen. Deze ontving hem vriendelijk, zond vruchten naar de Mauritius en verzocht de commandant een tolk te sturen, waartegenover hij twee gijzelaars zond. Aan dit verzoek werd voldaan door de Portugese tolk en slaaf Juan van boord te laten gaan. Het districtshoofd nam daarop Roodenburgh en Juan mee naar de oppervorst van Bali de Dewa Agung, die een prachtig paleis in Klungkung had, maar op dat ogenblik in Kota (Kuta) verbleef om het expeditieleger naar Blambangan - en dit was het leger dat de Nederlanders het eerst hadden gezien - te organiseren. Aan boord van de Mauritius werd een en ander verkeerd opgevat en denkend dat Roodenburgh en Juan als gevangenen weren weggevoerd, liet de Houtman enkele Balinezen grijpen en gevangen zetten als gijzelaars.
Roodenburgh vond echter bij de Dewa Agung een kostelijk onthaal. Deze vorst moest een onbeduidend man zijn geweest die er 200 vrouwen en 50 mismaakte dwergjes op na hield, maar ondanks zijn onbeduidendheid was hij zeer nieuwsgierig en deze blanke vreemdelingen die weer heel anders waren dan de Portugezen, die hij had ontmoet, prikkelden zijn nieuwsgierigheid in hevige mate.
.