Tijdlijn-geschiedenis van Bali
| Periode | Gebeurtenis |
|---|---|
| 1815 | Uitbarsting van de vulkaan Tambora op Sumbawa, ten oosten van Lombok. Buleleng en Singaraja, de grote plaatsen in Noord-Bali, worden verwoest door hete as en vloedgolven. Men beschouwt dit als een waarschuwingsteken van de goden. |
| 1826 | Een Nederlands agentschap
vestigt zich permanent in Kuta, in Zuid-Bali, het is het begin
van de moderne aanwezigheid. Kapitein J.S. Wetters wil 1000
Balinese soldaten voor het Nederlands-Indische leger
recruteren. De opiumhandel en de handel in Balinese slaven
floreren. |
| 1830 | Nederlandse handelaren
beginnen onderhandelingen over handelspolitiek en gezag. De
Balinezen houden vast aan het traditionele kliprecht
(Tawan Karang), waarbij
dorpelingen elk schip mogen opeisen dat voor de kust vergaat.
Wat de zee toezond in de vorm van aangespoelde wrakken, met
inbegrip van menselijke overlevenden was volgens de
Balinees-Hindoe-opvatting een geschenk van de God Batara
Baruna. De overlevenden werden als slaven verhandeld en de aangespoelde goederen onder de vinders verdeeld, waarbij de vorst uiteraard een groot aandeel kreeg. Schipbreuken waren dan ook volgens de Balinezen normaal gesproken het werk van de magische krachten van de zee. |
| 1839 | Een agentschap van de
Nederlandsche Handels Maatschappij wordt gevestigd. Op deze
wijze hoopt het Nederlandse Gouvernement betrekkingen aan te
knopen met de verschillende (9) onafhankelijke Balinese
vorstendommen. Het was haar voornamelijk te doen om de
afschaffing van het kliprecht. Tegen toezegging van een
bergloon zien de vorsten weliswaar van het recht af, doch de
uitoefening daarvan duurt nog steeds voort. Alle pogingen van
het Gouvernement om de vorsten tot andere gedachten te brengen
'stranden'. - Handelspost van de Mads Lange te Kuta. |
| 1841 | Het Nederlandse
fregat ‘Overijssel’ loopt op een rif bij Kuta en wordt
door de Balinezen opgeeist De Nederlanders vinden dat het maar
eens tijd werd dat Bali een afstraffing verdiende, en er
volgen vijf strafexpedities. - De jonge prins I Gusti Ketut Jelantik, ontpopt zich als leider en volksheld der Balinezen. De strafexpedities: |
| 1843 | Landing van de Nederlanders op Lombok. |
| 1846 | Eerste Nederlandse strafexpeditie op 26 juni (58 schepen en 3500 goed bewapende mannen) tegen I Gusti Ketut Jelantik, die zich in Buleleng heeft teruggetrokken. Hij weet de aanval vanuit Jagaraga met succes af te weren. De Deense koopman Mads Lange treedt op als bemiddelaar en probeert een wapenstilstand tussen de vorsten en de Nederlanders te bewerkstelligen. |
| 1848 | Tijdens de tweede Nederlandse militaire strafexpeditie op 28 juni slaat Gusti Jelantik, die een briljante militaire leider blijkt, drie aanvallen af die worden uitgevoerd met 25 kanonnen en 16.000 manschappen. |
| 1849 | ![]() Generaal Michiels De Nederlanders verliezen daarbij slechts 30 man. Jelantik en de vorsten van Buleleng en Karangasem vluchten naar het oosten van het eiland. De Nederlanders richten hun hoofdkwartier op in Padang Bai. Aangevuld met troepen uit Lombok besluiten zij eerst Karangasem aan te vallen. Bij hun komst op 20 mei plegen raja Gusti Gde Ngurah Karangasem, zijn familie en zijn gehele gevolg puputan (rituele zelfdoding). De raja van Buleleng en Jelantik vluchten naar de bergen van Seraya waar zij worden gedood. De Nederlandse troepen gaan vervolgens naar Kusamba (Klungkung). Tijdens een gevecht in de nacht van 25 mei wordt generaal Michiels getroffen door een kogel en laat daarbij het leven. Mads Lange treedt op als bemiddelaar tussen de strijdende partijen. Uiteindelijk accepteren de Balinezen de Nederlandse soevereiniteit. De tawan karang wordt verboden en de Nederlanders besluiten om in ruil daarvoor geen garnizoenen te vestigen op de plaatsen die zij hebben veroverd. |
| 1850 | Het Nederlands gezag onderwerpt Noord- en West-Bali. Bij contract wordt de Hindoegewoonte van mesatya (weduwenverbranding) verboden en worden de eerste stappen ondernomen om de slavernij af te schaffen. |
| 1855 | Nederlandse Resident in Singaraja |
| 1868 | Als hoogtepunt in de steeds terugkerende oorlogen tussen Gianyar en Klunkung weet het vorstendom Gianyar, de machtigste en welvarendste staat uit het zuiden, het leger van Klungkung verpletterend te verslaan. |
| 1882 | De vorstendommen Buleleng
en Jembrana accepteren het rechtstreekse bestuur van de
Nederlanders. Er komt een officieel besluit waarbij alle
Balinese vrouwen op dat deel van het eiland worden gedwongen
om hun borsten te bedekken, om de zedelijkheid van de
Nederlandse soldaten te beschermen. Singaraja wordt hoofdstad van heel Nusatenggara. |
| 1885 | - Dewa Manggis en zijn
gevolg uit Gianyar reizen naar Klungkung om eer te bewijzen
aan de Dewa Agung. Ze worden echter krijgsgevangen genomen en
hun krijgsmacht wordt vernietigd. - Opstand van de Sasaks in Lombok, vazallen van de Balinese heersers van Karangasem-Mataram. Wreed zijn de Balinezen in het onderdrukken daarvan. Vrouwen en kinderen worden gedood. Duizenden Sasaks vluchten naar de Oostkust en verkiezen daar de dood boven de Balinese tirannie. Sedert 1849 stond Lombok met Karangasem onder één vorst: 25.000 Balinezen heersten er over meer dan 12 maal zoveel Sasaks, die moslims waren. Voor deze laatsten bestond er geen rechtszekerheid. |
| 1891 | Het reeds lang smeulend
konflikt tussen de vorstendommen Klungkung en Karangasem slaat
om in een oorlog. Ter ondersteuning van de Karangasemse strijdkrachten worden hulptroepen uit de Lombokse Sasaks (voornamelijk boeren) geronseld; dat wil zeggen de Moslimse Sasaks worden geprest om troepen te leveren. Deze Sasaks komen weer in opstand. Religieuze tegenstellingen tussen de Sasaks en de Balinezen wakkeren deze opstand verder ook aan. Uiteindelijk wordt deze opstand wreed door de Balinezen onderdrukt. Een Lomboks gezantschap komt te Batavia aan met een groot aantal van grieven (o.a. de stenge belastingheffing en de toepassing van het Balinees recht) tegen hun overheersers en met een verzoek om hulp. Maar deze hulp blijft uit omdat Lombok niet onder Nederlands gezag viel en men was bevreesd voor een tweede Aceh. |
| 1894 |
![]() Anak Agung Ngurah Ketut Karangasem ![]() Gen. Maj. Van Ham De Indische journalist P. Brooshooft spreekt van ‘verraad’, een kreet die in Nederland al gauw wordt overgenomen. De dramatische gebeurtenis zorgt voor een ommekeer in de politiek en in het militaire beleid in Indië. Politici en militairen zijn er nu van overtuigd dat Indië snel volledig veroverd en gepacificeerd moet worden. ![]() Gen. Maj. Vetter De raja wordt gevangen genomen en vervolgens naar Batavia gestuurd. Zijn bezittingen worden in Nederland in het Rijksmuseum tentoongesteld als de ‘Lombokschat’.Rond december kan de eigenlijke expeditie worden ontbonden en wordt Lombok in geheel onder Nederlands bestuur geplaatst. Het 'verraad van Lombok' - een eigenaardige benaming, want de Balinezen stonden niet onder Nederlands bestuur - leidde in Nederland tot militante nationalistische gevoelens, die buiten proporties waren, zonder dat men op de hoogte was van de ware toedracht. Het Nederlands-Indische leger richtte op Lombok grote verwoestingen aan. Het vorstelijk paleis van het eiland werd geplunderd en de oorlogsbuit, bekend onder de naam 'de schatten van Lombok', naar Nederland overgebracht. Lombok was het begin van een serie 'veroveringen' ('pacificaties') in de archipel. Dat oorlogsmisdaad in die tijd nog een
onbekend begrip was, blijkt wel uit brieven van een deelnemer
aan de Lombok-expeditie - de jonge luitenant Hendrik Colijn,
die in de jaren 1930 leider van de ARP en minister-president
zou worden. |




